In het vorige hoofdstuk hebben we het gehad over verschillende doelen bij het bewegend leren. Wanneer je een hartslag wil verhogen, zal je op zoek moeten gaan naar een plek waar je flink kan bewegen. Hiervoor is het schoolplein of de speelzaal vaak een fijne plaats, maar misschien kun je ook wel kijken of er een parkeerplaats is in de buurt van jouw school waar je met de kinderen kunt rennen. Of is er een sportclub in de buurt waar je gebruik mag maken van hun sportvelden.

Wanneer je deze ruimte niet hebt, zal je moeten kijken naar wat je in de klas kunt doen. Joggen op de plaats is een manier om zonder ruimte toch te rennen. Hou er wel rekening mee dat je veel van kinderen vraagt, wanneer kinderen 15 minuten op hun eigen plaats moeten joggen. Bouw dit rustig op, want joggen op je eigen plaats vraagt meer uithoudingsvermogen dan bijvoorbeeld bij een tikspel (waarbij je lijf zelf af en toe even stopt met rennen om rust te nemen).

Bewegend leren werkt het beste wanneer je kinderen actief laat deelnemen. Niet alleen motorisch, maar ook cognitief. Wanneer je alle activiteiten klassikaal aanbiedt, doet niet iedereen even betrokken mee dan wanneer je de activiteiten in groepjes aanbiedt. Dit geldt natuurlijk voor alle lessen, dus voor het bewegend leren net zo. Daarom is het goed om een afwisseling te maken tussen klassikaal en in groepjes werken. Wanneer je in groepjes werkt, zul je ook moeten kijken naar je ruimte: wellicht heb je genoeg plaats in je klas om in hoeken te werken, misschien kan je een stuk gang bij de les betrekken of misschien moet je toch een afweging maken om de speelzaal of het schoolplein in te zetten voor je activiteiten. 

Op het moment dat je in groepjes aan de gang gaat, kun je kiezen voor dezelfde opdracht, maar je kunt ook in circuitvorm aan de slag. Je hoeft ze dan niet alle activiteiten in 1 les te laten doen: wanneer je bijvoorbeeld wilt automatiseren, kun je ervoor kiezen om de kinderen 1 activiteit een tijd te laten doen en de dag daarna pas door te wisselen met groepjes. Het voordeel hiervan is dat je weinig voorbereidingstijd nodig hebt om een aantal dagen/weken aan de slag te gaan.

Bedenk bij de doelen die je wil bereiken ook goed welke ruimtes je tot beschikking hebt en of dit past bij het doel. 

Over de verschillende doelen hebben we het al gehad, maar we noemen ze nog eens met daarbij een suggestie voor de ruimte die je kunt gebruiken.

Wanneer je wil dat kinderen hun hartslag verhogen, zodat ze daarna makkelijker stof kunnen opnemen, zul je voldoende ruimte moeten hebben. Kies dan voor een speelzaal of het schoolplein (of, als dat mogelijk is, een parkeerplaats in de buurt). Hier doe je activiteiten waarbij kinderen flink in actie komen: denk aan een tikspel. Binnen kun je joggen op de plaats, of jumping jacks maken. 

Bij het memoriseren van stof (of eigenlijk: het checken of stof gememoriseerd is) gaat het om het maken van complexe bewegingen. Deze oefeningen kun je vaak in de klas doen: je hebt weinig ruimte nodig om een complexe beweging te maken.

Even een break tussendoor om de concentratie te verhogen? Dit kan natuurlijk overal. Lekker even rennen buiten of met een bal gooien in de klas: wanneer dit je doel is hoeft een beweging niet complex te zijn, of extra inspannend. Het kan natuurlijk wel.

De werkvormen bij deze les hebben allemaal betrekking op het 100veld voor op het schoolplein. In het 100veld kun je memoriseren, je hartslag verhogen en werken aan de concentratie.

Les Onderwerpen