Om het bewegen goed in de klas in te zetten, moet je weten wat je doet. Uiteraard kun je ‘gewoon’ met de kinderen gaan bewegen, maar door je activiteiten goed te kiezen zal je zien dat je veel effectiever verschillende werkvormen kunt inzetten.

Wanneer je kinderen laat bewegen, kun je verschillende doelen hebben. Zorg dat je weet waarom je de beweging wil aanbieden bij een activiteit, zodat je weet wat voor activiteit je op welk moment van de dag kiest.

Er zijn 4 verschillende doelen bij het bewegend leren. Dit zijn:

  • Bewegen om je hartslag te verhogen
  • Bewegen om te controleren of stof gememoriseerd is
  • Bewegen om je concentratie een boost te geven
  • Bewegen om de executieve functies te trainen

Praktijkopdracht

In de volgende lessen leggen we uit welke activiteiten passen bij de verschillende doelen. Voor je je daarin verdiept, alvast een aantal voorbeelden. Probeer te bedenken welke werkvorm bij welk doel past. 

  • Bal overgooien
  • Tikspel
  • Hink stap sprong maken
  • Sneeuwballengevecht
  • Dansje doen tijdens het leren
  • Estafette
  • Levend Stratego