Bij bewegend leren ga je natuurlijk aan de slag met bewegen. Daarbij hou je in je achterhoofd dat je met elke activiteit een ander doel kunt hebben. Bij veel rennen verhoogd de hartslag, terwijl dat bij het stuiten van een bal in de klas natuurlijk niet het geval is. Verschillende bewegingen maken een activiteit dus meer of minder geschikt voor het doel van je les.

Wat je veel ziet, is dat er buiten op het schoolplein veel aan bewegend leren gedaan wordt. Een prachtige plek die daarvoor geschikt is. Echter: het gevaar in deze plek zit hem soms in het rennen. Veel rennen is natuurlijk veel bewegen, maar vergeet niet dat je ook wil dat kinderen iets leren. Bij veel rennen is er namelijk wel sprake van veel beweging, maar van veel minder denken. De hoeveelheid waarin kinderen denken gedurende een les noemen we ‘denkkracht’. Een estafettespel bijvoorbeeld vraagt om veel beweging, maar weinig denkkracht. Terwijl het balspel, wat eerder genoemd werd, vraagt om veel denkkracht en minder beweging. Zorg voor een goede afwisseling tussen die twee en wissel dus regelmatig van activiteit als je buiten aan de slag gaat. Organiseer je elke week een buitenles? Probeer dan te variëren in renactiviteiten en denkactiviteiten.

We hebben het al gehad over de doelen die je kunt hebben bij het bewegend leren, zoals het verhogen van je hartslag. Je kiest, vanzelfsprekend, dan een andere activiteit dan wanneer je iets wil automatiseren. Wanneer je wil automatiseren, kies je voor een complexe beweging: ook dit is al besproken. Maar er is meer!

Wanneer we het brein willen uitdagen en stimuleren, is het goed om te kiezen voor bewegingen waarbij kinderen het lichaam kruisen. Met het kruisen van het lichaam, bedoelen we dat je met je linkerhand op je rechterschouder tikt. Dit is het doorkruisen van de middellijn.