Onderwerp voortgang:

Voor hier iets over verteld wordt, eerst een uitleg over complexe bewegingen. Bij dit doel gaat het namelijk om bewegen met complexe bewegingen. Een beweging is complex, wanneer het moeilijk wordt. Je moet er dus over nadenken. Springen op de plek is een beweging waarbij je niet hoeft na te denken: deze is dus niet complex. Springen op de plek en om de beurt je handen in de lucht steken is al een stuk moeilijker en kan dus complex zijn. Dit is voor iedereen anders. De een danst een ingewikkelde choreografie zonder problemen, de ander vindt een zij/sluit pas al lastig. Complexe bewegingen zijn dus persoonlijk.

Mensen kunnen maar nadenken over een ding tegelijkertijd. De rest doen we automatisch. Gelukkig maar, anders zouden we stoppen met ademen op het moment dat we een boek zouden lezen, of ons concentreerden op het koken van het avondeten. 

Bij kinderen is het net zo: ze kunnen maar nadenken over een ding, de rest verloopt automatisch. Wij willen in het onderwijs graag dat kinderen een heleboel automatisch kunnen, dus dat ze veel stof memoriseren. Denk hierbij aan sommen tot 20, lezen, regels van spelling toepassen, de tafels opnoemen, percentages aan breuken koppelen en nog veel meer.

Om te controleren of stof echt gememoriseerd is, kun je kinderen dus laten nadenken over iets anders. Beweging is hiervoor uitermate geschikt. Om het je te laten ervaren, doe je het volgende. Voer de stappen op volgorde uit en kijk of je verschillen ontdekt.

  1. Noem de tafel van 8 op (dit ging vast makkelijk. Niet? Noem dan de tafel van 3 op. De tafel van 8 mag je een andere keer oefenen, het gaat nu even om de ervaring en niet om je kennis). 
  2. Ga staan achter je computer en noem de tafel van 8 nog eens op. Hoe ging dit? Waarschijnlijk nog makkelijk: staan is geen moeilijke activiteit.
  3. Spring nu op en neer (kleine sprongen mag ook) en noem de tafel van 8 op. Werd het al moeilijker, of lukt het nog steeds goed?
  4. Bekijk dit filmpje (https://youtu.be/QJgwF_9cl1M) en doe mee met het dansje. Noem ondertussen de tafel van 8 op. Hoe ging dit?

Als je heel goed kan dansen (of je kende het dansje al), dan hoefde je misschien niet na te denken over het dansje en ging het opnoemen heel makkelijk. Probeer het dan nog eens met een dansje of een complexe beweging (hink-stap-sprong kan ook een uitdaging zijn).

Ging het opnoemen van de tafel van 8 nog steeds probleemloos? Dan heb je de tafel van 8 goed gememoriseerd. Misschien merkte je bij een stap wel dat je wat meer ging hakkelen. In dat geval is de tafel van 8 nog niet gememoriseerd.

In de klas kun je precies hetzelfde doen om te kijken of kinderen bijvoorbeeld de tafels kennen. Omdat kinderen motorisch nog niet zo ver zijn als de meeste volwassenen, hoeven de bewegingen soms zelfs minder complex te zijn. Je merkt bij het uitvoeren snel genoeg of kinderen een beweging lastig vinden of niet: zodra ze stoppen met de beweging of het opnoemen van de tafels, denken ze na over een van de twee zaken en is het dus complex genoeg.

Lezen kun je op deze manier ook doen: laat kinderen eens woordrijen lezen terwijl ze een dansje doen, of lezen in hun boek.