Onderwerp voortgang:

Lessen aanbieden op het cognitieve niveau van het kind gebeurt natuurlijk heel veel. Bij je bewegend leren activiteiten doe je dit natuurlijk ook. Dat lijkt soms lastig, maar dat hoeft het niet te zijn. Bij het werken in groepjes kun je natuurlijk heel makkelijk opdrachten geven die bij het groepje passen. Wanneer je klassikaal bezig bent en jij stelt de vragen kun je ook variëren in vragen, zodat het aansluit op je gehele klas. Is het erg als kinderen niet alles weten? Nee. Is het erg als kinderen antwoorden soms afkijken? Wederom nee, want ook hier leren ze van. Is het wenselijk dat ze dit altijd doen? Nee, dus daarom is het goed om kinderen veel in kleinere groepjes te laten werken, zodat je de stof kunt aanpassen op de kinderen.

Een aantal voorbeelden hoe je de activiteiten kunt aanbieden op niveau:

  • Bij het overgooien met een bal: jij stelt een vraag, laat kinderen even nadenken en gooit vervolgens een bal naar het kind wat de vraag moet beantwoorden. Dit doe je een aantal keer klassikaal, zodat de klas de werkvorm kent. Als ze de werkvorm kennen, kun je de kinderen zelfstandig aan de slag laten gaan in een kleiner groepje. Kinderen gooien de bal dan zelf naar elkaar, eventueel met een vragenlijst van jou erbij. Zo kun je de vragen wel sturen en de activiteit op afstand begeleiden. (Jij loopt natuurlijk ook veel rond tijdens het werken, zodat je kunt bijspringen waar dit nodig is.)
  • Bij een activiteit zoals sneeuwballen gooien, kun je op verschillende niveaus werken door verschillende kleuren papier te gebruiken. Kinderen mogen gooien met alle kleuren sneeuwballen, maar maken de opdracht van een bepaalde kleur. Dit kan ook met een Zweeds renspel: verschillende kleuren papier bepalen welke vragen gemaakt moeten worden.
  • Tijdens een tikspel komen de kinderen bij jou om een vraag te stellen voor ze weer mee mogen doen. Net als bij het gooien van een bal, stel je een vraag die bij de leerdoelen van het kind past.