Onderwerp voortgang:

Kinderen tot een jaar of 6 bewegen symmetrisch. Wanneer ze een bal gooien met hun linkerhand, zal hun linkervoet een stap naar voren zetten. Of ze doen met de linkerkant van hun lijf wat ze met de rechterkant ook doen. Vanaf een jaar of 4 begint een proces waarin kinderen leren om hun rechter- en linkerdeel van het lichaam onafhankelijk van elkaar te bewegen. Dit heet het lateralisatieproces. Vanaf een jaar of 6 treedt de lateralisatie op. Dit houdt dus in dat het lichaam tegengestelde bewegingen kan maken, of apart van elkaar gaat bewegen. Bij het gooien van een bal met links, stapt dan dus de rechtervoet vooruit.

Ontwikkeling

Gelateraliseerd zijn is belangrijk in het onderwijs. Denk alleen al aan schrijven: hiervoor moet je links en rechts apart van elkaar kunnen bewegen. Met de ene hand schrijf je, met de andere hand ondersteun je. Omdat de lateralisatie pas rond het 8e levensjaar is afgerond, is het eigenlijk vreemd dat we al zo vroeg beginnen met schrijven. Kinderen zijn er motorisch nog niet aan toe, wanneer wij het al aanbieden. 

Je ziet dit ook in het omdraaien van letters: wanneer kinderen niet goed genoeg zijn gelateraliseerd, kunnen ze letters en cijfers omdraaien. In groep 3 zie je dit nog veel gebeuren, omdat kinderen in die periode dus nog volop in de ontwikkeling zitten. Langzaam moet dit spiegelen gaan afnemen: niet alleen omdat kinderen de letters (en cijfers) goed leren schrijven door middel van automatisering, maar ook omdat het lichaam hier klaar voor is.

Kinderen die niet goed gelateraliseerd zijn, doorkruisen hun middellijn (bijna) niet. Je ziet dit bijvoorbeeld wanneer ze hun handen gebruiken: ze pakken een voorwerp wat zich links van hun lichaam bevindt op met hun linkerhand. Wanneer ze dit voorwerp in een kast moeten zetten die zich aan de rechterkant van hun lichaam bevindt, zullen ze het voorwerp overgeven in hun rechterhand om het dan in de kast te plaatsen. Ook kunnen deze kinderen moeite hebben met wiskundige begrippen, zoals ‘links’, ‘rechts’, ‘naast’, ‘onder’, ‘voor’ etc. Daarnaast is schrijven ook lastig, want dat is een activiteit waarbij je je middellijn doorkruist. Deze kinderen zitten vaak recht voor hun schrift en leggen hun schrift het liefste neer aan de kant waar ze schrijven. In het filmpje zie je wat voorbeelden van het doorkruisen van de middellijn.

Moeite met doorkruisen middellijn

Door opdrachten te geven waarbij kinderen hun middellijn doorkruisen, worden de hersenverbindingen tussen links en rechts aan het werk gezet. Hoe doe je dat? Je trekt een soort onzichtbare lijn tussen links en rechts en zorgt dat tijdens het bewegen deze lijn steeds doorkruist wordt. Uiteindelijk wil je dat links en rechts onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen. 

Dus: wanneer je aan de slag gaat met bewegend leren en de kinderen laat joggen op de plaats, is het ook interessant om ze eens bewegingen te laten maken die hun lichaam doorkruisen. Hier leren ze namelijk nog meer van.

In het document bij dit hoofdstuk geef ik wat ideeën die je kunt doen, waarbij kinderen bewegen op hun plaats. En kies, wanneer je kinderen een beweging laat maken, ook eens voor het doorkruisen van de middellijn. Zo ben je niet alleen aan het bewegend leren, maar ook aan het leren bewegen.

De bovenbouw

Dit hoofdstuk klinkt alsof het voor de onder- en middenbouw geschreven is. Het tegendeel is echter waar: veel kinderen in de bovenbouw hebben hun lichaam niet goed gelateraliseerd. Dit komt voornamelijk doordat ze te snel vaardigheden hebben moeten ontwikkelen die niet bij hun motorische ontwikkeling op dat moment paste. Dus ook in de bovenbouw: kies eens voor het doorkruisen van de middellijn (en je zult zien hoe moeilijk sommige kinderen dit vinden).