Onderwerp voortgang:

Zimmer was een van de eerste die een relatie vond tussen het bewegen en de cognitieve vaardigheden. In 1981 al onderzocht hij wat de effecten waren bij kinderen die extra gymlessen kregen. Niet alleen ontdekte hij dat deze kinderen (een groep kleuters) na 11 maanden motorisch sterker waren dan de contolegroep, ook ontdekte hij dat deze kinderen betere leerprestaties leverde dan de groep die de extra gymlessen niet kreeg.

Daarna zijn er nog veel meer onderzoeken gedaan. In 2003 gooide het Mulier Instituut al die onderzoeken op een grote hoop en bekeken zij welke onderzoeken goed waren uitgevoerd. Deze werden meegenomen in een grote vergelijking, waarin er werd gekeken wat de invloed van bewegen op de schoolprestaties was. Je kunt je voorstellen dat een goed wetenschappelijk onderzoek in het onderwijs lastig uit te voeren is. Je moet werken met een controlegroep, wanneer dat niet is gedaan valt een onderzoek al af. Daarnaast spelen er nog andere factoren. Concluderen of de uitslag van een onderzoek dus het effect is van het bewegen is zo makkelijk nog niet. Het kan namelijk ook afhankelijk zijn van de leerkracht die een uitleg net anders geeft, de situatie van de kinderen thuis, de lesmethodes die zijn gebruikt, de omgeving waarin kinderen les krijgen en nog van veel meer factoren. Nadat alle onderzoeken waren geselecteerd, bleken er 44 bruikbaar voor dat grote onderzoek van het Mulier Instituut.

Uit dit grote onderzoek bleek dat bewegen een bewezen positief effect heeft op je hersenstructuur en op de executieve functies. De executieve functies gebruik je continu wanneer je op school zit. Deze functies is ook waar we Erik Scherder regelmatig over horen praten. Bewegen daagt uit, wat een goede stimulans is voor je brein. In het filmpje legt Erik Scherder het zelf aan je uit.

Naast dat bewegen uitdaagt, zorgt het ook voor een verhoogde aanmaak van neurotransmitters en neurotrofines in je brein. Deze neuronen maken dat het brein informatie sneller doorgeeft. Hartstikke handig natuurlijk wanneer je moet leren.

De conclusie van het Mulier Instituut was dus dat bewegen een positieve invloed heeft op je hersenstructuur en op je executieve functies, maar dat er niet gezegd kon worden dat bewegen zorgt voor betere leerresultaten. De Rijksuniversiteit van Groningen heeft dit proberen te bewijzen door het Fit, Vaardig & Verstandig onderzoek. Zij lieten een groep kinderen bewegend leren (dit waren Fit&Vaardig lessen) en een andere groep kinderen volgden gewone lessen, zonder beweging. Uit dit onderzoek bleek dat de kinderen die leren in beweging, beter leren dan de kinderen die dat niet doen. De kinderen die meededen aan de Fit&Vaardig lessen waren na 1 jaar vooruitgegaan met rekenen en na 2 jaar was er, naast het rekenen, ook een vooruitgang zichtbaar bij spelling. 

Lessen van Fit&Vaardig zien er als volgt uit:

De uitkomst van Fit, Vaardig & Verstandig is dezelfde als die meer onderzoeken laten zien. Er is echter ook een tegengeluid: zo heeft Smartmoves bijvoorbeeld onderzocht of kinderen die de tafels leerden in beweging, ze makkelijker leerden dan een groep kinderen die het zonder beweging deed. Hier was geen verschil zichtbaar. De kinderen die leerden met beweging, deden dit door tijdens het opnoemen van de tafels te jongleren. Hoewel de kinderen de tafels niet beter kenden dan de controlegroep, konden de kinderen wel jongleren aan het einde van het onderzoek. 

Je kunt je afvragen of jongleren de juiste beweging was om toe te passen bij het aanleren van de tafels. Jongleren is namelijk vrij complex en dat was wellicht een betere stap geweest in een later stadium (daarover later meer). Misschien hadden de kinderen de tafels wel sneller geleerd, wanneer er was gekozen om te starten met een makkelijkere beweging. Omdat er wel geconcludeerd werd dat de kinderen konden jongleren na het afronden van het onderzoek, zou je jezelf ook kunnen afvragen waar nou echt de focus op heeft gelegen: het aanleren van de tafels of het aanleren van een motorische vaardigheid. 

Mark Mieras stelt, dat bewegen wel een positieve invloed heeft op het leren. Niet alleen zorgt een groene omgeving voor een betere concentratie (fijn als je naar buiten gaat), hij laat ook zien dat wanneer je beweegt je daarna beter kunt focussen. Dit bleek ook uit het onderzoek van Fit, Vaardig & Verstandig. Kinderen die meededen met een Fit&Vaardig les, waren meer taakgericht dan kinderen die deze les niet volgden. Dit heeft te maken met het verhogen van je hartslag, wat zorgt voor een betere doorbloeding: ook in je brein. In dit filmpje vertellen ze je er meer over (van 4:41 tot 8:46).

Jérôme Gijselaers heeft het over 10 minuten matig intensief bewegen, er zijn ook onderzoekers die zeggen dat er na 20 minuten een positief effect zichtbaar is op de hersenstructuur. Wij houden die 20 minuten aan.

In Engeland zijn bovenstaande gegevens meegenomen op een school die iets wilde doen aan de zwakke resultaten van kinderen. Deze school selecteerde een groep kinderen en liet die dagelijks een half uur eerder op school komen. De kinderen begonnen de dag met een half uur matig intensief sporten (zoals lopen op de loopband of fietsen op de hometrainer). Direct daarna hadden ze de vakken waar deze kinderen het meeste moeite mee hadden, zoals wiskunde. Na een jaar zagen ze dat de resultaten van deze kinderen vooruit waren gegaan.

De conclusie is dus dat bewegen een positief effect heeft op de hersenen. Of het een positieve invloed heeft op het leren is wel bewezen, maar nog niet voldoende om voor 100% te kunnen stellen dat bewegend leren werkt. 

Let op, dit is belangrijk: uit ALLE onderzoeken (wereldwijd, dus echt alle onderzoeken) is gebleken dat extra bewegen nóóit leidt tot slechtere resultaten. Dus hoewel de resultaten niet altijd beter werden, bleven ze altijd gelijk aan die van de controlegroep. Wees dus niet bang om lestijd in te ruilen voor beweegtijd, want eigenlijk kost het je niets.

Daarnaast vinden kinderen bewegen vaak heel erg leuk (wat logisch is, want bewegen is de basis van ons bestaan) en spreekt bewegend leren dus enorm aan. Kinderen zijn enthousiast en hoewel ook dit geen bewezen positief effect heeft, zorgt het wel voor gemotiveerde kinderen. Dat is natuurlijk ook wat waard.

Hierboven zie je de zin: bewegen is de basis van ons bestaan. Dit lijkt wat vreemd, in een wereld waarin we steeds meer willen zitten, maar het is wel hoe het is. Bedenk even hoe baby’s, peuters en kleuters leren: alles gaat door middel van beweging. Het is ook het eerste wat we doen: bewegen. Bewegen gaat vanuit de hersenen, deze gebieden werken continu samen. Wanneer je iets doet in beweging, wordt dat dus dubbel geregistreerd: niet alleen het cognitieve deel slaat het op, maar ook het motorische deel. Dit zie je onder andere bij het schrijven: wanneer je iets wil onthouden en je kiest ervoor om te typen in plaats van te schrijven, zou je het 7 keer moeten typen t.o.v. 1 keer schrijven.

Dat we als mensheid steeds minder gaan bewegen heeft ook schadelijke gevolgen voor ons. Er zijn steeds meer mensen die overlijden aan stilzitten: stilzitten zorgt bijvoorbeeld voor een verhoogde kans op hart- en vaatziekten en obesitas. Ook dit is waar Erik Scherder regelmatig voor waarschuwt.

Het zou mooi zijn wanneer mensen een goede beweegbasis hebben. Uit onderzoek weten we dat kinderen die op jonge leeftijd veel (en vooral met plezier) bewegen, daar op latere leeftijd mee doorgaan. Ook daarvoor is bewegend leren dus perfect in te zetten: kinderen worden vaardiger wanneer ze veel bewegen, hebben er daardoor meer plezier in en zullen daarom op latere leeftijd meer bewegen. 

Samengevat

Dus nogmaals alle voordelen van het bewegen op een rij:

  • Bewegen zorgt voor een betere hersenstructuur
  • Bewegen draagt bij aan een betere ontwikkeling van de executieve functies
  • Op jonge leeftijd bewegen zorgt ervoor dat er op latere leeftijd meer bewogen wordt
  • Bewegen is goed voor de gezondheid
  • Meer bewegen zorgt voor beter kunnen bewegen
  • Beter kunnen bewegen zorgt voor meer bewegen

De nadelen van bewegen:

  • Behalve dat het gevaarlijk kan zijn (denk aan vallen tijdens een tikspel), zijn er geen nadelen. En dat het gevaarlijk kan zijn zorgt weer voor die uitdaging waar Erik Scherder het over heeft in het filmpje van Klokhuis, wat weer zorgt voor een betere ontwikkeling van de executieve functies. Dus eigenlijk is het niet eens een nadeel.

Wat je écht in je oren moet knopen is de volgende zin: meer bewegen zorgt nooit voor slechtere resultaten. Durf dus die bladzijde uit het werkboekje over te slaan en ga in plaats van het schrijven van de sommen, lekker bewegend aan de slag. Écht waar: je resultaten zullen niet, nooit, in geen geval dalen. Dus ze blijven of gelijk aan wat ze zouden zijn, of ze zullen stijgen.