Onderwerp voortgang:

Welke lesstof staat er centraal bij je bewegend leren activiteit? Vaak zal dat memoriseren, inoefenen van de lesstof, zijn. We laten de diverse mogelijkheden de revue passeren.

Memoriseren

Wanneer je dit inplant, hangt van je les af: wil je als warming up de tafels even herhalen, of is het je doel van de les zelf al? Het kan ook als afsluiting: na het oefenen van de procenten, nog even terugkomen op de koppeling tussen breuken en procenten.

Executieve functies

Deze train je, zoals eerder gezegd, eigenlijk automatisch wanneer je in beweging komt. Wanneer je doel van de les echt is om de executieve functies te trainen, zou ik eerder kiezen voor een complex spel. Een spel als apenkooien is daarvoor heel geschikt, maar je kan ook een wat complexer spel kiezen en dit in een leersausje gieten. Als voorbeeld het levend Stratego spel, wat je bij het hoofdstuk over executieve functies kon downloaden. Wanneer je hiervoor kiest, is de activiteit zo groot dat je het vooral als hoofdonderdeel inzet van je les. Maar als je iets kleiners wilt: denk dan aan spiegelen. Ook dit kan in bewegend leren vorm: geef de kinderen bijvoorbeeld de opdracht om woorden uit het woordpakket uit te beelden, die het andere kind spiegelt. Na een minuutje wissel je van rol, maar eerst schrijven beide kinderen het woord nog op. Geschikt als opwarmer, of als afsluiting!

Energizers voor de concentratie

Vaak wordt gezegd dat het doen van een Energizer de concentratie verhoogt. Dat klinkt goed, maar dit ligt een beetje aan de Energizer die je kiest. Laat je kinderen bewegen? Dan zeker. Laat je kinderen een spelletje spelen? Kijk dan goed naar het spel. Wanneer kinderen moeten nadenken, werkt het helaas niet concentratie verhogend. Bijvoorbeeld bij het spelletje galgje: kinderen zitten op hun stoel en denken na over het woord: de concentratie zal hierdoor niet toenemen, eerder afnemen. Kinderen een activiteit laten doen die ze zonder nadenken kunnen uitvoeren, zoals een paar krassen op papier zetten, werkt wel voor het verhogen van de concentratie. De hersenen staan dan even ‘uit’ en kunnen zich opladen voor het volgende moment, waarin er inspanning wordt gevraagd van ze.

Daarnaast, nog even terugkomend op de concentratie, wil ik graag nogmaals benoemen hoe belangrijk het is dat kinderen na 20 minuten nog even in beweging komen. Onthoud: na 20 minuten zitten, neemt de hersenactiviteit met 25% af. Zorg dus dat kinderen na 20 minuten weer even kunnen gaan staan. Dit hoeft niet altijd heel ingewikkeld te zijn: kinderen kunnen een nakijkboekje halen, een schrift inleveren, een nakijkpen pakken of laat ze gewoon even 10 keer op en neer springen naast hun stoel (tijdens het maken van een toets bijvoorbeeld). 

Conclusie

Bedenk dus altijd goed wanneer je welk beweegmoment inzet. Kijk kritisch naar je dagindeling. Veel scholen kiezen ervoor om kinderen na het buitenspelen te laten eten en drinken, maar eigenlijk is dit helemaal geen handig moment. Beter zou het zijn om dit voor het buitenspelen te doen. Kijk ook kritisch naar je les: ga je herhalen? Dan kun je gedurende de hele les aan de slag met bewegen. Leren de kinderen iets nieuws? Kies er dan voor om als verwerking (wanneer de stof echt begrepen is!) iets met beweging te doen. De volgende les kun je dan, tijdens het ophalen van de voorkennis, je les starten met bewegend leren.

Met de werkvorm bij dit hoofdstuk ga je aan de slag met een korte ‘break’. We gaan gooien met een bal. Deze werkvorm is geschikt om in te zetten bij de start van de les (om voorkennis op te halen) of juist als afsluiting (om te evalueren).