Onderwerp voortgang:

Hieronder een mooi overzicht van diverse werkvormen. Probeer ze vooral allemaal een keertje uit, en ervaar de verschillen tussen energizers, bewegend leren, en bewegend leren plus.

Simon Says/leerkracht zegt is een Energizer

Bij Simon Says/de leerkracht zegt geeft de spelleider een opdracht aan de kinderen, die de kinderen moeten doen. Ze mogen deze opdracht echter alleen uitvoeren, wanneer de spelleider begint met “Simon Says” of “Juf/meester zegt”. Hoewel er tijdens deze Energizer flink bewogen kan worden, heeft het weinig met leren te maken. Daarom is het geen bewegend leer activiteit. In het filmpje kun je de spelvorm zien.

Je kan van deze Energizer een bewegend leer activiteit maken, door de opdrachten te linken aan je lesstof. In plaats van “Juf zegt dat je moet gaan staan”, geef je dan als opdracht “juf zegt dat je moet gaan staan het antwoord op 6 x 6, 36 is”. Of: “juf zegt dat je gaat zitten, als in de zin “hij zit op zijn stoel” het woordje ‘zit’ een persoonsvorm is”. 

Bewegend leren plus wordt deze activiteit wanneer je hem in het Engels doet in de bovenbouw: kinderen hebben hun kennis van de taal dan nodig om de opdrachten uit te voeren die ze met hun lijf doen. Ook kun je deze activiteit bij de kleuters op een plus manier inzetten, wanneer je opdrachten geeft als “raak je neus aan” of “ga achter je stoel staan”. Kinderen ervaren met hun hele lijf wat achter is, of wat hun neus is.

Joggen op de plaats is een bewegend leer activiteit

Bij het joggen op de plaats bewegen kinderen tijdens het noemen van antwoorden op vragen die op het bord voorbijflitsen. Ze zijn dan dus bezig met bewegend leren. In het filmpje zie je een voorbeeld.

Deze activiteit kun je natuurlijk in allerlei vormen gieten. Je zult zien dat je steeds creatiever wordt en als je eenmaal een aantal PowerPointpresentaties klaar hebt, heb je er jarenlang plezier van.

Juffen is een Energizer

Juffen (het schoolspelletje, niet het drankspelletje) is een spelletje waarbij kinderen gezamenlijk tellen, alleen ze mogen het getal 7 (of alles wat te maken heeft met de 7, zoals 14, 17, 21) niet mogen zeggen. In plaats daarvan zeggen ze “juf”. Het doel van dit spel is om zo lang mogelijk door te gaan met een telrij, zonder een fout te maken. Dit is een Energizer, want kinderen spelen het zittend.

Van juffen kun je makkelijk een bewegend leer activiteit maken, door de kinderen tijdens het tellen bijvoorbeeld te laten gaan staan wanneer ze bij de 7 zijn. Wanneer je aangeeft dat de kinderen alleen mogen gaan staan bij een getal uit de tafel van 7, oefen je de tafel. Je kan de 7 natuurlijk door elk willekeurige tafel vervangen.

Gaan staan tijdens het noemen van een getal uit de tafel van 7, is natuurlijk nog weinig beweging. Meer beweging creëer je door alle kinderen te laten staan en ze bijvoorbeeld te laten springen bij een getal uit de tafel van 7. Kinderen kunnen deze activiteit ook joggend doen, in combinatie met een sprong bij de juiste antwoorden. 

In kleine groepjes laten uitvoeren zorgt voor nog meer beweging (en betrokkenheid). Wanneer je ballen in de klas hebt, kun je de kinderen ook laten stuiten/gooien. In het filmpje zie je een aantal voorbeelden.

Overgooien met een bal is een Energizer

Het gooien van een bal is beweging, maar er zit weinig leer activiteit bij. Hier kan je natuurlijk heel makkelijk verandering in brengen. Wanneer je kinderen tijdens het overgooien sommen laat opnoemen, zijn ze bezig met leren. Omdat de activiteit zelf los staat van het ervaren, is het geen bewegend leren plus.

Stoeltje op/stoeltje af bij meerkeuzevragen is bewegend leren

De activiteit werkt als volgt: schrijf 2 antwoordmogelijkheden op het bord. Dit kunnen ‘ja’ en ‘nee’ zijn, maar je kan ook denken aan ‘ei/ij’, ‘t/d’, ‘persoonsvorm/onderwerp’ en zo zijn er nog veel meer mogelijkheden.

Spreek met de kinderen af welk antwoord bij welke activiteit hoort. Op de stoel staan is bijvoorbeeld ‘ja’, op de grond staan is ‘nee’. Noem nu als leerkracht steeds een stelling. De kinderen laten het juiste antwoord zien door de goede handeling uit te voeren.

Wanneer je een andere vorm kiest (ei/ij bijvoorbeeld) noem je geen stellingen op, maar bijpassende opdrachten. Zo kan ‘ei’ zijn dat de kinderen op de stoel staan en bij ‘ij’ staan ze op de grond. Wanneer ik ‘heerlijk’ zeg, staan de kinderen op de grond. Noem ik het woord ‘stabiliteit’, dan staan ze op hun stoel.

Ook bij deze activiteit staat het leren los van de activiteit, dus is het een bewegend leren activiteit en geen bewegend leren plus activiteit.

Sommen lopen is bewegend leren plus

In een 100veld op het schoolplein laat je kinderen niet alleen sommen maken, maar ook lopen. 11 + 34 bijvoorbeeld, waarbij de kinderen naar vakje 45 lopen en hier gaan staan. Omdat er wordt bewogen en wordt geleerd, is het een bewegend leren activiteit. Daarnaast ervaren kinderen ook nog met hun lijf hoe ver 11 en 45 van elkaar vandaan liggen: dit maakt het een bewegend leren plus activiteit. Kinderen die moeite hebben met het verschil tussen 18 en 81, kunnen dit verschil heel mooi ervaren op deze manier. Het verschil in getallen wordt zo zichtbaar.

Ook zonder het 100veld kun je sommen lopen: 3 stappen + 3 stappen is in totaal 6 stappen. Omdat kinderen ervaren dat ze 6 stappen zetten, is het bewegend leren plus. 

Gewichten tillen is bewegend leren plus

Net als het lopen van sommen, is het tillen van gewichten iets wat je met je lijf doet. Het verschil tussen 1 kilo en 100 gram is heel snel duidelijk als je het mag ervaren. Neem wat spullen uit de personeelskeuken of pak wat materiaal uit de gymzaal en laat kinderen dit in de juiste vakken verdelen, bijvoorbeeld: zwaarder dan 500 gram/lichter dan 500 gram. 

Sommen stuiten is bewegend leren

Het stuiten van sommen is bewegend leren: de kinderen bewegen en zijn bezig met lesstof. Wanneer je gebruik maakt van het ritme bij het stuiten, kan het bewegend leren plus worden. Tafels worden bijvoorbeeld makkelijker onthouden, wanneer je ze in een ritme leert. Maak je de koppeling tussen het ritme van het stuiten en het inoefenen van de tafels, dan spreek je over bewegend leren plus. In het filmpje zie je wat mogelijkheden voor het stuiten met een ritme.

Afstanden lopen is bewegend leren plus

Wanneer je een meter loopt, weet je hoe ver het is. Loop je daarna 1 centimeter of 1 kilometer, dan ervaar je duidelijk het verschil. Dit is dus een bewegend leren plus activiteit.

Zweeds renspel is bewegend leren

Bij een Zweeds renspel is het de bedoeling dat kinderen allerlei vragen beantwoorden, die verspreidt hangen door een gymzaal/klaslokaal of over een schoolplein. Er zijn veel van dit soort Zweedse renspellen te vinden op internet, die hoef je niet altijd zelf te maken.

Omdat kinderen flink bewegen bij het Zweeds renspel en met lesstof bezig zijn, is het een bewegend leren activiteit. Om ervoor te zorgen dat je zeker weet dat kinderen met jouw lesstof bezig zijn, kan je zelf de vragen maken of de kinderen een aantal vragen laten bedenken over de lesstof. Wanneer ze die op een vel papier schrijven en ophangen, heb je er zelf bijna geen werk aan.

Een Zweeds renspel wordt vaak in tweetallen gespeeld: zo heb binnen je klas verschillende tweetallen die met het spel aan de slag gaan. Leerkrachten kiezen er vaak voor om maar 1 kind te laten rennen naar de vraag. Kind 2 schrijft dan het antwoord op en zoekt de volgende vraag, waarna de kinderen weer wisselen. Je kan er ook voor kiezen om beide kinderen te laten zoeken naar vragen: zo overleggen ze meer over de antwoorden (ze zien namelijk beide de vraag en hebben het over het juiste antwoord, in plaats van dat een kind het antwoord geeft en de ander het klakkeloos opschrijft) en ze zijn beide in beweging.

In de bijlage kun je een Zweeds renspel downloaden over klokkijken en over spelling als voorbeeld. Als je de lesstof aanpast voor jouw klas kun je de spellen gebruiken.

Document Zweeds renspel voorbeeld spelling + klokkijken

Quizen